Wie ben ik zonder labels
Inleiding
We leren al vroeg om onszelf te omschrijven met woorden. Wat we doen. Welke rol we hebben. Hoe we ons gedragen. Die woorden geven houvast. Ze hebben je geholpen om je plek te vinden, om begrepen te worden, om je staande te houden.
Maar ze vertellen niet het hele verhaal.
In deze oefening nodig ik je uit om onder die woorden te kijken. Niet om ze af te wijzen, maar om te onderzoeken wat je bent gaan dragen en wat daaronder voelbaar wordt. Zodat je jezelf niet alleen leert kennen via wat je doet of gelooft, maar ook via wat er in jou leeft.
Neem hier rustig de tijd voor.
Laag 1 – Bewustwording
Herkennen wat je bent gaan dragen
Pak pen en papier.
Schrijf zonder nadenken alle woorden en zinnen op die je gebruikt om jezelf te omschrijven.
Denk aan:
-
rollen (bijvoorbeeld: moeder, ondernemer, degene die alles regelt)
-
eigenschappen (zorgzaam, sterk, gevoelig, perfectionistisch)
-
overtuigingen of vaste zinnen over jezelf
-
verwachtingen die je van jezelf voelt
Lees daarna alles rustig terug en verdeel wat je hebt opgeschreven in twee groepen:
A. Woorden die vooral beschrijven wat ik DOE
Dit zijn rollen of gedragingen die je uitvoert.
B. Woorden die voelen als iets wat ik BEN
Dit zijn overtuigingen of identiteiten die je als waarheid bent gaan zien.
Zet een streep onder de woorden uit groep A.
Omcirkel één of twee woorden uit groep B die je raken.
Laat dit even zo staan. Dit is je vertrekpunt voor de volgende stap.
Laag 2 – Verdieping
Onderzoeken waar dit vandaan komt
Kies nu één woord om mee te werken.
Je kiest óf:
-
een woord uit DOE (een rol of manier van handelen),
óf: -
een woord uit BEN (een overtuiging over wie je bent).
Schrijf daarover door met de volgende vragen:
-
Wanneer is dit in mijn leven ontstaan?
-
In welke situatie of periode had ik dit nodig?
-
Wat heeft het mij gebracht? (bijvoorbeeld veiligheid, controle, waardering)
-
Wat kost het mij nu om dit vast te houden?
-
Wat zou er kunnen gebeuren als ik dit niet meer automatisch hoef te dragen?
Laat je antwoorden komen zonder ze te corrigeren. Je hoeft niets op te lossen. Er is geen goed of fout. Het gaat om bewustwording.
Laag 3 – Integratie
Ruimte maken voor wat eronder zit
Kies nu de zin die past bij jouw gekozen woord en schrijf die af:
Als je een woord uit DOE hebt gekozen:
“Als ik dit vandaag even niet hoef te doen, dan…”
Als je een woord uit BEN hebt gekozen:
“Als ik dit vandaag niet als waarheid hoef aan te nemen, dan…”
Schrijf door. Zo concreet mogelijk.
Wat verandert er dan:
-
in hoe je je beweegt
-
in hoe je spreekt of zwijgt
-
in hoe je aanwezig bent
Kies daarna één kleine, haalbare beweging voor vandaag of deze week.
Iets wat niet groots hoeft te zijn, maar wel klopt.
Aanvullende oefening
Van hoofd naar lichaam
Ga even staan. Zet beide voeten op de grond.
Leg één hand op je buik en één hand op je borst.
Adem een paar keer rustig in en uit.
Zeg in stilte (of hardop, als dat goed voelt):
“Ik ben meer dan wat ik doe. Ik ben meer dan wat ik geloof dat ik ben.”
Blijf hier een paar ademhalingen bij.
Reflectie
Sta aan het eind van deze oefening even stil bij deze vraag:
Wat wil of kan er in mij gezien worden als ik dit label of deze rol even niet draag?
Je hoeft hier geen antwoord op te forceren. Het is genoeg om de vraag mee te nemen. Je zult merken dat het antwoord vanzelf komt, al is dat misschien niet gelijk.
Afronding
Deze oefening is geen conclusie, maar een opening.
Je hebt iets gezien van wat je draagt en iets gevoeld van wat daaronder zit.
Neem even pauze voordat je doorgaat naar de volgende oefening.
Laat dit landen.
In Oefening 2 – Verbinding met jezelf ga je verder met het maken van contact met wat je hier hebt aangeraakt, niet via woorden, maar via voelen en aanwezigheid.